De onsterfelijkheid van het bewustzijn


Gustave Theodor Flechner 


Fechner gedenkplaat
Fechner Groenewegen Het Vaderland 1921

 

Uit het leven van de schrijver

Gustav Theodor Fechner werd op 19 april 1801 in het dorpje groszsärchen in het Pruisische Niederlausitz geboren. Zijn grootvader en vader waren daar predikant. Na het gymnasium in Surau en later Dresden ging hij op 16-jarige leeftijd naar de universiteit van Leipzig om medicijnen te studeren.

Met beperkte geldmiddelen begon hij zijn studie. Met het vertalen van letterkundige en natuurkundige boeken probeerde hij het nodige te verdienen. De geneeskunde kon zijn belang-stelling niet lang vasthouden, temeer omdat deze wetenschap destijds in een nogal desolate toestand verkeerde.

Hij legde zich meer en meer toe op de theoretische natuurkunde. Hoewel hij zijn doctoraal examen in de medicijnen in 1822 aflegde, promoveerde hij hierin niet. Met een aantal onder de naam van Dr. Mises gepubliceerde boekjes hekelde hij de eenzijdige geleerdheid van zijn vakgenoten op onbarmhartige wijze.In de jaren 1824-1828 vertaalde Fechner de Franse standaardwerken Leerboek der Physica van Jean-Baptiste Biot en het Leerboek der Scheikunde van L. J. Thénard.

In 1833 trouwde hij met Clara Volkmann, dochter van een raadsheer uit Leipzig. Om aan inkomsten te komen, echter zonder veel succes, redigeerde hij tussen 1834 en 1838 voor Breitkopf & Härtel een Hauslexikon waarvoor hij ook de meeste artikelen schreef. Acht vuistdikke delen gaf hij uit, ten koste van zijn gezondheid.In 1834 werd hij in Leipzig tot hoogleraar in de natuur- en scheikunde benoemd. Het harde werken eiste zijn tol. Hij reisde voor zijn gezondheid in 1835 naar Gastein en in 1829 naar Illmenau. Het mocht niet baten. Hij sliep slecht, afmatting en neerslachtigheid waren het gevolg. Zijn ogen, die hij door proefnemingen te sterk ingespannen had, konden het daglicht niet meer verdragen. Hij kon alleen nog maar geblinddoekt naar buiten. In 1840 was hij bijna blind geworden.

Nadat het in 1843 weer beter ging begon Fechner zich op de filosofie toe te leggen. Tussen 1844 en 1860 schreef hij een aantal spirituele boeken. Zijn moment suprême lag tussen 1860 en 1887 met de werken Die Psychophysik en Die Aesthetik. In die jaren maakte hij met zijn vrouw een aantal reizen, waaronder in 1874 naar Rome.

In 1883 vierde hij zijn gouden bruiloft en in 1884 zijn gouden jubileum als professor. Hij werd algemeen gewaardeerd en gevierd en zelfs tot ereburger van Leipzig benoemd.Tot in zijn laatste levensdagen bleef Fechner onvermoeid doorwerken. Op 6 november 1887 kreeg hij een beroerte, twaalf dagen later stierf hij. Zijn biograaf Kurd Laszwitz beschreef Fechner als -

Een man, gevormd door de empirische en wiskundige natuurwetenschap, geoefend in het waarnemen van de werkelijkheid, die nauwkeurig rekening hield met elk ervaringsfeit en vervuld was van de geest van modern onderzoek. Het innerlijk van deze man bevatte zowel een kunstenaarsgevoel als het warme geloof van een religieus bevlogene met de naastenliefde en zuiverheid van een kinderlijk gemoed. Een wendbare geest met een diepzinnig verstand, geschikt om de gemoederen in beweging te brengen door de grote vraagstukken samenhangend te beschouwen met het goede en mooie als richtsnoer. Een man die ervan overtuigd was dat zijn wetenschappelijke denkwijze het ethische, esthetische en religieuze ideaal kunnen bevredigen zonder de vrijheid van onder- zoek te belemmeren. Zo’n man was Gustav Theodoor Fechner. 

 

Make a Free Website with Yola.